Vaccins en immunisatie
Mens, samenleving én planeet beschermen
Voorkomen dat mensen ziek worden is beter dan achteraf proberen te genezen. Toch is er is op dit moment een grote focus op curatieve zorg: zorg die wordt ingezet als mensen al ziek zijn. Zorg die eigenlijk te laat komt. Niet goed voor de patiënt, niet goed voor onze collectieve portemonnee en niet goed voor het milieu. Als samenleving moeten we investeren in preventie en prioriteit geven aan eerdere opsporing, diagnose en behandeling. Voorkomen is namelijk erg belangrijk als het gaat over infectieziekten, veroorzaakt door bacteriën, virussen, schimmels of parasieten. Daarom werken we elke dag aan langdurige bescherming tegen infectieziekten, voor miljoenen mensen overal ter wereld.
De uitbraak van de corona-pandemie maakte duidelijk hoe belangrijk het is dat mensen goed en snel beschermd worden. Ernstige ziekte, hoge sterfte en de enorme druk op de zorg konden verlicht worden door in recordtempo veilige, goedwerkende vaccins te ontwikkelen.
Als samenleving hebben we veel geleerd van de pandemie. We weten nu nog beter dat innovatie het snelst gaat als overheden, universiteiten en medicijnontwikkelaars actief samenwerken. We weten nu dat partnerschap van doorslaggevend belang is. En we weten dat zorgsystemen kwetsbaar zijn, zeker in crisissituaties. Tegelijkertijd leidde de pandemie tot vele voorbeelden van innovatie in het zorgstelsel, waaronder taakverschuiving, herschikking van personeel en uitbreiding van online contact tussen zorgverlener en patiënt.
Bij AstraZeneca zien we een toekomst waarin onze wetenschap en ons innovatieve vermogen ingezet worden om patiënten te beschermen en tegelijk weerbare, toekomstbestendige zorgstelsels te bouwen.
Het belang van voorbereid zijn: langwerkende antilichamen om kwetsbare mensen te beschermen
Een vaccin beschermt. Het immuunsysteem wordt door de werkzame stoffen in het vaccin – antigenen – voorbereid: het maakt antistoffen aan. Als het lichaam tóch besmet raakt is het immuunsysteem voorbereid en kan het de al bestaande antistoffen inzetten. Zo voorkomt een vaccin ernstige ziekte of erger.
In de pandemie hebben we binnen 300 dagen een vaccin kunnen ontwikkelen, in nauwe samenwerking met de Universiteit van Oxford. Drie miljard doses zijn uitgeleverd aan 180 landen. Volgens Airfinity heeft ons vaccin in het eerste jaar na de eerste prik 6 miljoen levens gered.1
Maar het vaccin is niet de enige grote doorbraak van de pandemie. Al 25 jaar helpen onze monoklonale antilichamen om levens te beschermen. Wat nieuw is, is de toepassing van langwerkende antilichamen. Met een injectie met langwerkende monoklonale antilichamen wordt het immuunsysteem niet voorbereid, maar de monoklonale antilichamen hechten zich actief aan de eiwitten op een virusdeeltje, om het vervolgens te neutraliseren.
Hiermee kan het immuunsysteem zich wapenen tegen een infectie, zonder zélf antistoffen aan te maken. Deze antilichamen blijven een langere tijd in het lichaam actief en binden zich direct wanneer iemand besmet wordt met een virus.
Dat is met name belangrijk voor mensen met een immuunsysteem dat niet goed werkt. Dat komt vaak door behandeling tegen een andere ziekte, zoals kanker. Vaccins werken dan niet of onvoldoende, waardoor deze mensen vatbaar zijn voor infectieziekten, zoals COVID.
‘Niemand is veilig tot iedereen veilig is’ was het gezamenlijke mantra. Eén á twee procent van de wereldbevolking is immuungecompromitteerd2: hun immuunsysteem werkt beperkt of niet. Langwerkende antilichamen kunnen ingezet worden om deze mensen sneller, beter te beschermen.
Van COVID-19 hebben we geleerd hoe belangrijk het is om de meest kwetsbaren te beschermen. Bovendien weten we nu beter hoe we (langwerkende) antilichamen kunnen inzetten ter preventie van ziekte. Voor pasgeborenen en jonge kinderen passen we onze kennis toe om ziekte door het respiratoir syncytieel virus, meestal RSV genoemd, te voorkomen of te genezen.
RSV is één van de meest voorkomende respiratoire virussen.3,4 En hoewel RSV doorgaans milde, verkoudheid-achtige symptomen veroorzaakt, kan het zich ontwikkelen tot lagere luchtweginfecties, zoals longontsteking, bij kinderen, waardoor het een belangrijke oorzaak van ziekenhuisopname bij kinderen onder de 12 maanden is.3-5
Preventie is goed voor mens én milieu
De klimaatcrisis, onze toenemende behoefte aan zorg en een vergrijzende samenleving zijn verbonden als de kanten van een gelijkzijdige driehoek. Effect op één factor heeft direct effect op de andere twee factoren.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat luchtverontreiniging alléén al zeven miljoen vroegtijdige sterfgevallen per jaar veroorzaakt.6 Nog eens miljoenen anderen sterven jaarlijks door extreem weer, klimaat- en milieuschade, en dit aantal neemt alleen maar verder toe.7 Eén van de risico’s van klimaatschade is de toename van het risico op pandemieën. Dat komt onder andere omdat méér regio’s warmer worden, waardoor bepaalde dragers van infectieziekten, zoals muggen, ratten of vleermuizen, zich gaan verplaatsen. 8
Tegelijkertijd is het behandelen van ziekte niet alleen kostbaar, maar het heeft ook een grote milieuvoetafdruk. Eén dag intensive care-zorg bijvoorbeeld staat qua vervuiling gelijk aan 2000 km autorijden, kap van 200 m² bos en het gebruik van minstens 15.000 liter water.9 Nu al is zeven procent van de CO2-uitstoot afkomstig van de zorg.10 Verkeerde- of onderbehandeling is bovendien veel slechter voor het milieu dan de best passende behandeling.
We moeten deze vicieuze cirkel doorbreken. Dat kan onder andere door te investeren in preventie en het voorkomen dat mensen ziek worden. Actuele voorbeelden als vaccins of de inzet van antilichamen hebben bewezen dat ernstige ziekte en ziekenhuisopname voorkomen kunnen worden. Dat kan onder andere door te investeren in preventie en het voorkomen dat mensen ziek worden. Dat is beter voor de patiënt, het verlaagt de (financiële) druk op zorg en het is beter voor het milieu.
Samen werken aan toekomstbestendige zorg
Samen met de London School of Economics en het World Economic Forum startten we in 2020 – het hoogtepunt van de coronacrisis – het Partnership for Health System Sustainability and Resilience (PHSSR). Overal ter wereld doen we onderzoek en werken we aan voorstellen voor een duurzamer, veerkrachtiger zorgstelsel. Vanuit het programma definiëren we veerkracht als het vermogen van gezondheidsstelsels om acute en chronische crises - zoals pandemische dreigingen, klimaatverandering en economische en technologische schokken - te voorkomen, erop te reageren en ervan te herstellen. Dit terwijl de impact ervan op de gezondheid, het sociale en economische welzijn wordt geminimaliseerd. Een duurzaam gezondheidssysteem kan tijdens en na crises blijven presteren. Het doel van PHSSR is onder andere kennisopbouw en empirisch onderbouwde oplossingen en aanbevelingen genereren om de duurzaamheid en veerkracht te verbeteren.
< Lees het volledige rapport dat prof. dr. Marco Varkevisser en prof. dr. Erik Schut schreven. De samenvatting is te vinden op PHSSR.org
Het Nederlandse rapport in het 16e rapport wereldwijd en één van de bijna 30 rapporten die afgerond zijn of op dit moment in ontwikkeling zijn. Alle rapporten sinds 2020 zijn gepubliceerd via PHSSR.org
Partners
Het Partnership for Health System Sustainability and Resilience (PHSSR) is een wereldwijde samenwerking tussen universitaire centra, NGO’s en organisaties in de gezondheidszorg. In Nederland voerde de Erasmus School of Health Policy & Management dit onderzoek uit in opdracht van AstraZeneca, Philips, KPMG en VGZ. PHSSR wordt internationaal bestuurd door The London School of Economics, het World Economic Forum, AstraZeneca, Philips, KPMG, the Center for Asia-Pacific Resilience and Innovation (CAPRI) en WHO Foundation. Lees meer op PHSSR.org
Informatie over onze geneesmiddelen
Onze medicijnen zijn door het Europees Medicijn Agentschap (EMA) goedgekeurd voor specifieke toepassingen. Daarnaast bepalen overheid en zorgverzekeraars of specifieke middelen ook voor Nederland beschikbaar komen. De informatie die we aan patiënten verstrekken is onderworpen aan lokale voorschriften. In sommige landen kunnen zorgverleners en patiënten de lokale AstraZeneca-websites bezoeken voor meer informatie over onze medicijnen. In Nederland zijn wij beperkt in de mogelijkheid om zelf actief informatie over onze medicijnen te delen. Ga daarom uit van informatie uit betrouwbare bronnen en vraag altijd een zorgverlener om advies over medicijnen.
Bronnen
1. Coronavirus (COVID-19) Vaccinations. Our World in Data. Available at https://ourworldindata.org/covid-vaccinations. Accessed April 2022.
2. Oliver, S MD. Data and clinical considerations for additional doses in immunocompromised people. ACIP Meeting July 22, 2021. Available at: https://www.cdc.gov/vaccines/acip/meetings/downloads/slides-2021-07/07-COVID-Oliver-508.pdf
3. Respiratory Syncytial Virus (RSV). Centers for Disease Control and Prevention. https://www.cdc.gov/rsv/index.html. Accessed May 2022.
4. Respiratory Syncytial Virus Infection (RSV): Infants and Young Children. Centers for Disease Control and Prevention. https://www.cdc.gov/rsv/high-risk/infants-young-children.html. Accessed May 2022.5. ClinicalTrials.gov. A Study to Evaluate the Safety and Efficacy of MEDI8897 for the Prevention of Medically Attended RSV LRTI in Healthy Late Preterm and Term Infants (MELODY) [Last accessed: October 2022]. Available from: https://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT03979313
5. Leader S, Kohlhase K. Respiratory syncytial virus-coded pediatric hospitalizations, 1997 to 1999. The pediatric infectious disease journal. 2002;21(7):629-32.
6. https://www.who.int/news-room/spotlight/how-air-pollution-is-destroying-our-health
7. https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/climate-change-and-health
8. https://cepi.net/news_cepi/how-climate-change-increases-pandemic-risk/
9. https://amazingerasmusmc.nl/maatschappelijke-gezondheidszorg/de-intensive-care-gaat-circulair/
10. https://gupta-strategists.nl/storage/files/1920_Studie_Duurzame_Gezondheidszorg_DIGITAL_DEF.pdf
Veeva ID: Z4-49108
Date of preparation: October 2022