Hartaanval
Een hartaanval (ook wel myocardinfarct genoemd) ontstaat op een plaats in het hart waar plotseling geen bloedtoevoer meer is.
- Sterk verminderde bloedtoevoer naar het hart veroorzaakt vaak pijn op de borst en kan een versnelde en onregelmatige hartslag (kamerfibrilleren) geven.
- Een hart dat ventrikelfibrilleren ondergaat, trilt alleen maar en kan niet pompen. De hersenen worden dan niet meer voorzien van zuurstofrijk bloed. Hierdoor kan permanent hersenletsel ontstaan
- Men kan overlijden tenzij de toevoer van zuurstofrijk bloed naar hart en hersenen snel wordt hersteld.
Hoe krijg je een hartaanval?
Een hartaanval wordt meestal veroorzaakt door een volledig afgesloten kransslagader door een bloedstolsel. Dit gebeurt bij een kransslagaderaandoening waarbij het bloedvat, met daarin vetafzettingen, wordt beschadigd. Dit bevordert de vorming van een bloedstolsel op het beschadigde oppervlak in de slagader. Het bloedvat is geblokkeerd en er kan geen bloed meer doorheen.
- Een kransslagader is een slagader die bloed levert aan de hartspier zelf.
- Pijn of druk op de borst komt vaak voor tijdens een hartaanval, maar kan ook een symptoom zijn van andere aandoeningen.
- De pijn aan het hart is vaak vaag of dof en kan worden beschreven als een druk of een gevoel van een knellende band, een samenknijpend gevoel, zwaarte, of een ander ongemakkelijk gevoel.
Hoe ernstig is een hartaanval?
Een hartaanval is mogelijk zeer ernstig. Omdat het hartfalen (het hart kan niet genoeg bloed pompen) kan veroorzaken. In sommige gevallen is dit direct dodelijk.
Hoe lang duurt een hartaanval?
Een hartaanval kan enkele minuten duren. Vanwege de schade die een hartaanval veroorzaakt, duren de gevolgen bij degenen die een hartaanval overleven veel langer. Dit kan betekenen dat er een risico bestaat op meer abnormale hartslagen (aritmieën), gedurende enkele uren of dagen erna. Voor sommige patiënten kan er maanden later nog verder risico bestaan omdat zij hartfalen of andere problemen krijgen. Daarom blijven speciale zorg en medicijnen een lange tijd nodig, om het risico te verkleinen dat dit gebeurt.
Na herstel van een hartaanval is er schade aan de hartspier ontstaan. Het duurt enige tijd voor dit is hersteld.
Het herstel van de hartspier is niet altijd volledig en gewoonlijk ontstaat er ook litteken weefsel.
Er bestaat altijd een kans dat er nog een hartaanval optreedt vanwege de aanwezigheid van zieke kransslagaderen die de hartaanval hebben veroorzaakt.
Er is ook het risico dat hartfalen zich ontwikkelt, afhankelijk in welke mate het hart reageert op de opgelopen beschadiging.
Om deze redenen is het noodzakelijk dat patiënten zorgvuldig worden gecontroleerd en dat zij een passende behandeling krijgen om het risico van verergering van de aandoening te verminderen.
Hoe wordt een hartaanval behandeld?
De medische behandeling is erop gericht om de geblokkeerde slagader weer te openen en om de bloedstroom naar het betreffende deel van de hartspier weer te herstellen. De behandeling is er ook op gericht om verdere schade en het risico op nieuwe hartaanvallen in de toekomst te voorkomen.
- Als de slagader weer open is, stopt de hartaanval en is de patiënt weer pijnvrij.
- Antistollingsmiddelen, zoals aspirine, verminderen het klonteren en stollen van bloedplaatjes (een type bloedcel) in het bloed. Deze medicijnen voorkomen dat de slagaders opnieuw geblokkeerd raken.
- Nitroglycerine (spray onder de tong), is een bloedvatverwijder, die het bloedvat verwijdt door de spierwand van het bloedvat te ontspannen.
- ACE (angiotensine omvormend enzym) remmers is een ander type bloedvatverwijders. Het verbetert de functie van de hartspier, door de productie te blokkeren van een hormoon (stof in het bloed) dat angiotensine II heet.
- Bètablokkers blokkeren de werking van een chemische stoffen die noradrenaline en adrenaline heten. Hierdoor gaat het hart langzamer en met minder kracht kloppen wat de omvang van de spierschade vermindert en kan helpen ernstige onregelmatige hartkloppingen (aritmieën) te voorkomen.
Na een hartaanval kunnen diverse aanbevelingen worden gegeven waaronder verandering van eetgewoonten, meer bewegen, stoppen met roken enzovoorts. Het doel hiervan is om het risico op nog een hartaanval zoveel mogelijk te verkleinen. Als blijkt dat een hoog cholesterol of hoge bloeddruk hebben bijgedragen aan de hartaanval, dan kan een daarop gerichte behandeling nodig zijn.
